De fruitsector neemt samen met andere sectoren deel aan een project gericht op het stimuleren van zogenaamde functionele ofwel nuttige agrobiodiversiteit (FAB). De fruitsector richt zich in dit project op een heel belangrijk beestje: de oorworm.


Waarom zijn er in de ene boomgaard heel veel oorwormen, en in een andere heel weinig? En als er weinig zitten, hoe kun je dan zorgen dat er méér oorwormen komen? Dat is de inzet van dit onderzoeksproject. Oorwormen zijn namelijk heel nuttige bestrijders van onder andere appelbloedluizen en perenbladvlooien. Als dit kriebelige beestje voldoende aanwezig is in de boomgaard, hoeven fruittelers niet of veel minder te spuiten tegen perenbladvlo en appelbloedluis.


Omdat de oorworm haar eitjes in de bodem legt, richt de kern van dit project zich op het werken aan verbetering van de bodemstructuur en het voedselaanbod in de nestfase van de oorworm. Doel van het project is een meetbare toename van het aantal oorwormen in de boomgaard.


Het onderzoek in dit project vindt plaats op drie fruitteeltbedrijven in Noord-Holland. Rond deze bedrijven is een studiegroep van fruittelers gevormd die actief meedenkt. Door deze groep bij de (veld)bijeenkomsten te betrekken, is er binding met, en inbreng vanuit de praktijk en is kennisoverdracht naar de praktijk gewaarborgd.

Dit project is een initiatief van de NFO. Het wordt gefinancierd door NFO, The Greenery en de Topsector Tuinbouw en Uitgangsmaterialen.

Resultaten & downloads

Karin Winkler vertelde over dit project in het radioprogramma Vroege Vogels